Waarop samenwerken

Als het netwerk eenmaal staat is het zaak het weefsel te versterken. Dat gaat stapje voor stapje en is geen kwestie van hit and run. Eventuele onderlinge argwaan (‘dit zijn mijn en dat zijn jouw vrijwilligers’) verdwijnt als partijen elkaar beter leren kennen en vertrouwen. Het is zaak de discussie over waar de individuele deelnemers en het netwerk als geheel voor staan ook gaandeweg nooit uit de weg te gaan. Alleen op die manier kunnen barrières worden geslecht en ervaringen worden gedeeld.

Er moet altijd ruimte blijven voor de eigen identiteit van deelnemende organisaties. Alle voorbeeldnetwerken zijn het erover eens zijn dat juist de eigenheid van organisaties, met een eigen levensbeschouwelijke achtergrond bijvoorbeeld, overeind moet blijven. Cliënten of zorgvrijwilligers voelen zich bij de ene club nu eenmaal meer thuis dan bij de andere. Richting gemeenten is dan ook het devies om weliswaar geen samensmelting van organisaties te beogen, maar wél netwerkvorming en -versteviging te stimuleren. Want dit kan op diverse onderdelen tot zeer vruchtbare samenwerking leiden, afhankelijk van de gezamenlijke doelstelling en visie.